Wonen is een grondrecht, maar niet zoals jij denkt

Vrijwel iedereen kent de uitspraak: wonen is een grondrecht. Het is zo’n zin die inmiddels als vanzelfsprekend wordt gebruikt. In politieke debatten. In opiniestukken. Op sociale media. En meestal als argument waarom de overheid moet ingrijpen op de woningmarkt. Maar klopt dat eigenlijk wel? In de Grondwet staat inderdaad iets over wonen. Alleen staat er niet wat de meeste mensen denken dat er staat.

Er staat niet dat iedere Nederlander recht heeft op een woning. Er staat ook niet dat de overheid verplicht is om iedereen aan woonruimte te helpen. Wat er wél staat, is dat de bevordering van voldoende woongelegenheid een taak van de overheid is (kijk maar eens in artikel 22.2 van de grondwet).

Dat lijkt een klein verschil, maar het is een fundamenteel ander vertrekpunt. De overheid heeft niet de opdracht om individuele woonproblemen op te lossen. Haar opdracht is om ervoor te zorgen dat er voldoende woningen zijn. Anders gezegd: de Grondwet verplicht de overheid niet om woningen te verdelen, maar om ervoor te zorgen dat er genoeg woningen te verdelen zijn.

Dat onderscheid lijkt in het huidige woondebat volledig uit beeld verdwenen. Wie vandaag geen woning kan vinden, concludeert al snel dat zijn grondrecht wordt geschonden. Politici versterken dat beeld door voortdurend te spreken over ‘het recht op wonen’. Maar daarmee wordt een systeemverantwoordelijkheid ongemerkt veranderd in een individueel recht. Dat is niet alleen onterecht. Het heeft grote gevolgen voor de manier waarop we naar oplossingen kijken.

Zodra het probleem wordt gedefinieerd als een individueel recht, verschuift de aandacht vanzelf naar het verdelen van de bestaande voorraad. Dan gaat het over huurregulering, opkoopbescherming, zelfbewoningsplicht en het terugdringen van particuliere verhuur. Allemaal maatregelen die iets doen met de bestaande woningen. Veel minder aandacht gaat uit naar de vraag of er überhaupt voldoende woningen bijkomen.

Dat is opmerkelijk. Want de Grondwet spreekt niet over betaalbare woningen, sociale huurwoningen, dure huur of koopwoningen. Zij spreekt over voldoende woongelegenheid. Niet de verdeling staat centraal, maar de beschikbaarheid. En daar wringt het actuele woningmarktbeleid.

De afgelopen jaren is het beleid sterk gericht geweest op het beperken van rendementen in de particuliere huursector. De Wet betaalbare huur is daarvan het bekendste voorbeeld. De gedachte is begrijpelijk: lagere huren maken wonen betaalbaarder. Maar een woningmarkt reageert niet op goede bedoelingen; zij reageert op prikkels.

En die prikkels zien we inmiddels terug. Tienduizenden particuliere huurwoningen zijn verkocht. Nieuwe investeringen blijven uit of worden uitgesteld. Projecten worden herrekend en verdwijnen van tafel. Dat betekent niet dat er ineens minder behoefte aan woningen is. Het betekent alleen dat het aanbod kleiner wordt.

Ziehier: een interessante paradox!

De overheid heeft op grond van de Grondwet de taak om voldoende woongelegenheid te bevorderen. Tegelijkertijd voert zij beleid waarvan inmiddels steeds duidelijker wordt dat het aanbod onder druk zet. Daarmee ontstaat een ongemakkelijke vraag… Kun je zeggen dat je invulling geeft aan die grondwettelijke taak, als het resultaat is dat er uiteindelijk minder woningen beschikbaar komen?

Dat is geen pleidooi tegen regulering of vóór beleggers. Het is vooral een pleidooi om de discussie weer te voeren waar de Grondwet haar begint: bij voldoende woningen.

Want ook een particuliere huurwoning is woongelegenheid. Ook een woning die eigendom is van een belegger, groot of klein, draagt bij aan de opdracht die artikel 22 aan de overheid geeft. Wie beleggers uit de markt wil drukken, zal eerst moeten uitleggen wie hun rol overneemt. Niet ideologisch, maar praktisch: wie gaat de benodigde woningen bouwen, verhuren en/of verkopen?

Misschien moeten we maar eens ophouden met te zeggen dat wonen een grondrecht is. Beter is het om te zeggen dat voldoende woningen een grondwettelijke opdracht aan de overheid zijn.

Dat klinkt minder catchy, maar is wel een stuk dichter bij de waarheid.

Leave a comment