Een outsider zonder eigen ministerie

De nieuwe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heet Elanor Boekholt-O’Sullivan. Een luitenant-generaal die haar sporen vooral bij Defensie verdiende, niet in de wereld van wonen, bouwen en vastgoed. Dat is op zichzelf opvallend. De reactie van de vastgoedmarkt was dan ook: “Wíe?” Nog opvallender: het dossier krijgt geen eigen ministerie meer, maar hangt (weer) onder Binnenlandse Zaken.

Wat zegt dit?

Ten eerste: “wonen is prioriteit” is kennelijk vooral retoriek. Als je echt vindt dat de wooncrisis het economische en sociale hoofdpijndossier van Nederland is, organiseer je macht, budget en uitvoeringskracht zo dicht mogelijk bij de minister. Een minister zonder eigen departement is per definitie afhankelijker: van ambtelijke lijnen die elders landen, van prioriteiten die concurreren, en van de politieke zwaarte van de BiZa. Minder directe sturing betekent vrijwel altijd minder tempo.

Elanor Boekholt O’Sullivan Beeld: CFO.nl

Ten tweede: Boekholt-O’Sullivan is een outsider. Weliswaar werd ze in 2023 uitgeroepen tot topvrouw van het jaar, maar binnen de sector is zij grotendeels onbekend. Haar loopbaan is niet gevormd door WWS-punten, bouwstromen, grondexploitaties, stikstof, optoppen of de eeuwige discussie over ‘betaalbaarheid’. Ze is dus geen vakminister in de klassieke zin.

Maar dat kan ook een voordeel zijn

Juist insiders raken vaak verstrikt in het bestaande spel: overlegtafels, convenanten, pilots en weer een ronde “regie”. Terwijl het probleem pijnlijk simpel is: er worden structureel te weinig woningen gebouwd. Wie van buiten komt, heeft minder last van heilige huisjes en gevestigde belangen.

Haar achtergrond bij Defensie is in dat opzicht interessant. Daar leer je plannen onder druk uitvoeren, schaarste managen en verantwoordelijkheid nemen voor resultaat. Minder praten, meer doen. Minder nota’s, meer uitvoering. De woningmarkt heeft niet nóg een beleidsdenker nodig, maar iemand die keuzes durft te maken en die accepteert dat niet iedereen blij zal zijn. Iemand die bovendien durft te breken met de beleidslijnen van haar voorgangers, als die aantoonbaar fout blijken te zijn.

Haar boek Gewapend met gevoel laat zien dat ze leiderschap breder ziet dan alleen command & control. Luisteren, verbinden, draagvlak bouwen. Dat klinkt zacht, maar is in de woningmarkt keihard nodig om moeilijke besluiten daadwerkelijk uitgevoerd te krijgen.

Het ontbreken van een eigen ministerie blijft een zwakte. Zonder institutionele slagkracht wordt zelfs de beste minister tandeloos. Maar persoonlijk leiderschap kan veel compenseren, mits het gepaard gaat met duidelijke prioriteiten: voorspelbare regels, minder stapeling van eisen, sneller besluiten en vooral: bouwen, bouwen, bouwen.

Deze gelauwerde generaal gun je een ministerspost op Defensie (maar die ging naar politiek dier Yeşilgöz). En de woningmarkt gun je een vakminister met autonome daadkracht. Vind daar maar eens een politiek acceptabele persoon bij. De politieke realiteit blijkt wederom weerbarstig. Dus ja: een outsider zonder eigen ministerie is een risico. Maar het is óók een kans. Laten we haar het voordeel van de twijfel geven. En vervolgens één simpele meetlat hanteren: levert haar beleid aantoonbaar méér woningen op, of vooral meer woorden?

Leave a comment